Certificaten in Vlaanderen: wat verandert er op 1 januari 2027 en wat betekent dit voor u?

Wie vanaf 1 januari 2027 in Vlaanderen hernieuwbare elektriciteit of elektriciteit door middel van warmtekrachtkoppeling opwekt gedurende een kwartier bij een negatieve prijs op de Belgische day-ahead markt verliest voortaan zijn certificaten. Dat geldt zowel wanneer de elektriciteit aan het net wordt geleverd als wanneer die zelf wordt verbruikt. Deze regeling werd door de Vlaamse Regering op 11 september per Besluit vastgelegd.
Delphine Awouters
|
SUN 4 Business - Solar on roof

De context in 30 seconden

Tot en met 31 december 2026 verliest een producent van elektriciteit zijn groenestroomcertificaten (GSC) of warmtekrachtcertificaten (WKC) alleen als de prijs van de elektriciteit gedurende 6 opeenvolgende uren negatief blijft. Dit weliswaar enkel voor installaties met een startdatum vanaf 1 januari 2021.

Vanaf 1 januari 2027 wordt de drempel verlaagd en de scope verruimd naar alle installaties ongeacht de startdatum: één kwartier met een negatieve prijs is dan al voldoende. Er worden geen groenestroomcertificaten of warmtekrachtcertificaten toegekend voor de hoeveelheid elektriciteit die tijdens dat kwartier wordt geproduceerd. Een vrijstelling geldt voor installaties onder 400 kW en bij indienstname van de installatie vanaf 1 januari 2026, onder 200 kW.

De regel heeft wel degelijk betrekking op de volledige productie, en niet alleen op de injectie. Een installatie die tijdens een kwartier met negatieve prijzen blijft produceren, zal dus de certificaten verliezen, zelfs als de elektriciteit rechtstreeks door het bedrijf wordt verbruikt.

Periodes van negatieve prijzen op de elektriciteitsmarkt komen steeds vaker voor omdat de capaciteit van hernieuwbare elektriciteitsproductie toeneemt. Dat is zeker het geval voor fotovoltaïsche installaties.

Is uw installatie hierdoor getroffen?

Ja, alle installaties zijn voortaan getroffen, onafhankelijk van de startdatum waarop ze in gebruik werden genomen. Er werd weliswaar een uitzondering voorzien voor kleinere installaties waarbij ook de datum van ingebruikname van belang is.

A. Is de installatie vóór 2026 in gebruik genomen?

Als het bruto nominaal vermogen lager is dan 400 kW, is de installatie vrijgesteld. Vanaf 400 kW is de nieuwe regel van toepassing als de installatie nog steeds in aanmerking komt voor certificaten.

B. Is de installatie vanaf 1 januari 2026 in gebruik genomen?

De vrijstellingsdrempel wordt verlaagd: installaties van minder dan 200 kW zijn vrijgesteld. Vanaf 200 kW geldt de nieuwe regel als ze in aanmerking komen voor certificaten.

C. En hoe zit het met oudere installaties?

De hervorming heeft dus ook betrekking op bestaande installaties die nog steeds worden ondersteund. Reeds toegekende certificaten worden echter niet teruggevorderd: de nieuwe regel heeft betrekking op de productie vanaf 1 januari 2027.

Welke maatregelen kunnen worden genomen?

Het is belangrijk om een onderscheid te maken tussen oplossingen die de productie tijdens negatieve kwartieren kunnen verminderen en oplossingen die het energieverbruik van de locatie in bredere zin optimaliseren.

A. Oplossingen voor productie en verbruik:

  • Verschuivingn van verbruik: meer verbruiken tijdens periodes waarin elektriciteit in overvloed aanwezig en goedkoop is, voor zover de industriële en operationele processen dat toelaten;
  • Slimme aansturing van de productie: de productie tijdelijk verminderen of stilleggen tijdens negatieve kwartieren wanneer verder produceren niet langer rendabel is;
     

B. Het energieverbruik van uw locatie optimaliseren

Let op: opslag alleen is niet altijd voldoende om het verlies van een certificaat te compenseren dat overeenkomt met een productie die plaatsvond tijdens een kwartier met een negatieve prijs.

Een belangrijk aandachtspunt: de kwaliteit van de meting

Als uw meetgegevens het niet mogelijk maken om uw productie tijdens negatieve kwartieren nauwkeurig te isoleren, past de Vlaamse overheid een forfaitaire schatting toe, en die is streng voor zonne-energie: een vermenigvuldigingsfactor van 4 (tegenover 1 voor windenergie en 0,5 voor warmtekrachtkoppeling/biomassa). Met andere woorden: een onnauwkeurige meting kan duurder uitvallen dan het werkelijke verlies. De kwaliteit van uw gegevens wordt dus een volwaardige financiële uitdaging.

Anticiperen in plaats van ondergaan

Het is dan ook cruciaal om de blootstelling van uw bedrijf nauwkeurig te meten en uw energiestrategie hierop aan te passen. Er bestaan oplossingen, zoals productiesturing, flexibiliteit en opslag, maar deze vereisen een gedetailleerde analyse die specifiek is voor elke site en elk productieprofiel.

ENGIE begeleidt zijn klanten bij deze analyse: beoordeling van de blootstelling aan negatieve prijzen, onderzoek naar geschikte flexibiliteitsoplossingen, dimensionering van batterij-installaties (BESS) of het in overeenstemming brengen van meetsystemen met de regelgeving. Wilt u de impact van deze hervorming op uw installatie beoordelen? Neem dan gerust contact met ons op — we zullen samen de beschikbare opties bekijken.